Welkom
De naam Novemberland
Ons boekenbestand
Recente aanwinsten Bijzondere boeken Algemene informatie
Links
Agenda
Contact

 

De naam Novemberland

De naam Novemberland is ontleend aan het gelijknamige gedicht over de Groninger Veenkoloniën van de Groningse schrijver en dichter Koos Schuur (1915-1995).

 

Portret van Koos Schuur, © Erven Manuel van Loggem


Het gedicht Novemberland verscheen in 1944 als clandestiene uitgave. Koos Schuur geeft hierin een prachtige beschrijving van zijn geboortegrond en brengt aldus op markante wijze zijn verbondenheid daarmee tot uitdrukking. ‘Deze negen strofen, elk van twaalf regels, zijn, mede door een technisch hechte bouw, bijzonder geslaagd. Men moet op een merkwaardige wijze houden van, en misschien geboren zijn in een streek, die mij persoonlijk als de minst poëtische ter wereld voorkomt, de Groninger Veenkoloniën, om door deze streek tot dergelijke superieure poëzie te worden geïnspireerd.' (A. Marja, Binnendijks / buitendijks... Bussum 1949, p. 58). Het gedicht is opgenomen in de verzamelbundel Herfst, Hoos en Hagel (De Bezige Bij, Amsterdam 1946, p. 36). In de bloemlezing nieuwe poëzie Atonaal (1951), samengesteld en ingeleid door Simon Vinkenoog, zijn enkele gedichten van Koos Schuur opgenomen. Uit zijn Australische periode dateert het prozawerk De kookaburra lacht... Brieven van een emigrant (1953).

De eerste regels van het gedicht Novemberland luiden als volgt:

Na de roodbruine warmte van september,
na van oktober 't zwaar en donker goud,
keren de heldre dagen van november
met ijle geur van brandend turf en hout,
van rijpe appels, rottend loof. Reeds koud
worden de morgens in de kale velden
waar raven, met de ondergang vertrouwd,
de heerschappij aanvaarden: sombre helden
die zich met nog somberder roepen melden.
Op het vochtige land strijken zij neer
waar zij op paarden en op honden schelden
en zij voorspellen vorst en winterweer.